RespijtHuis HouseMartin

Herberg

In het Stadsklooster – gelegen aan het Westeinde – wordt wekelijks door het straatpastoraat een inspirerende oecumenische dienst gehouden voor dak- en thuislozen. Elke keer weer ben ik ontroerd wanneer ik zie wat er gebeurt in de Josef kapel. Op die plek ontstaat een sfeer van  ‘thuiskomen’ voor een ieder die aan de dienst deelneemt, een prachtig gevoel van eenheid die de pastores telkens weten te creëren.

Hoe die saamhorigheid ontstaat? Het uitgangspunt is het sterke geloof van menig bezoeker dat haast tastbaar aanwezig is. Daarnaast wordt iedereen gezien: een ieder krijgt een hand van de dienstdoende pastor en wordt bij naam welkom geheten. Ook de bezoekers onderling zijn telkens weer blij elkaar te ontmoeten. Dikke knuffels worden uitgedeeld. Een grote familie.

Bovendien mag iedereen actief deelnemen aan de dienst. Van die mogelijkheid wordt volop gebruik gemaakt. De bijbeluitleg van de pastor wordt aangevuld met de persoonlijke mening van vele bezoekers. De meest originele invalshoeken – recht uit het hart – worden aan de oorspronkelijke Bijbeltekst gekoppeld. Ook het gebed is bijzonder. De pastores gaan langs om de persoonlijke gebeden te noteren. Ieder krijgt de kans om zijn inbreng te geven. Alle inbreng wordt gebruikt in het gezamenlijk gebed.

In de Adventtijd wordt de Josef kapel omgebouwd tot een herberg. Dit jaar is het december-thema ‘de levende stal’. Onder consumptie van water en brood wordt in de aanloop naar de kerstavond een levende stal gevormd. Zo kreeg onder andere de veelzijdige betekenis van de os en de ezel in de kerststal alle aandacht.

Ook wordt er veel gezongen. Liederen die je hart ‘verlichten’ en die altijd makkelijk mee te zingen zijn. Zo is er het lied ‘de Herberg van het Licht’ (zie foto). Pastor Klaas Koffeman schreef de tekst. Het resultaat is een prachtig lied vanuit de belevingswereld van de dakloze. Het verwoordt treffend waar het in een samenleving om zou moeten draaien: een herberg waar iedereen welkom is.

Voor de mensen die geen behoefte hebben om de dienst bij te wonen, wordt er buiten een knapperig houtvuurtje gestookt. Ook wordt er warme chocolade melk en een bijzondere glüh’wein’ (bessensap zonder alcohol) geschonken. Deze combinatie maakt de tongen los. Vorige week had ik een lang gesprek met een van de bezoekers hoewel het gesprek meer een monoloog van zijn kant was. We keken beiden naar de grillige vlammen terwijl hij zijn gedachten de vrije loop liet: die meanderden van geloof, via de oerknal naar de oersoep. Tegen het einde van het gesprek bedankte hij mij voor ‘de ruimte’ die hij had gekregen om zijn ideeën te delen. ‘Ruimte’: wat een treffend synoniem voor luisteren.

Hoe anders is de sfeer elders in de stad: bij de Grote kerk en bij het Centraal Station deelt de Kessler Stichting elke avond vanuit een bus, soep en brood uit. En wel alle 365 dagen van het jaar. Geen warm vuur, noch een knusse herberg staat er bij de soepbus. De ambiance is er meer een zoals Dickens die zo treffend beschreef in zijn boeken. Met dien verstande dat Oliver Twist bestraft werd toen hij het lef had om nog een kom soep te vragen. Bij de soepbus wordt men van soep voorzien totdat de bodem van de pan in zicht is. 

Altijd al is er veel aanloop maar de laatste tijd lijkt de rij mensen – waaronder een enkele vrouw – al maar langer te worden. Daardoor is er nauwelijks meer tijd voor een gesprek vanuit de bus. Weer en wind trotserend, staat men min of meer geduldig in de rij te wachten totdat de soep en boterhammen worden aangereikt. Wat een contrast met de Herberg van het straatpastoraat. Hier is alleen de noodzakelijke communicatie aan de orde, gedicteerd door de efficiëntie nodig om iedere dag weer zoveel soep en brood uit te kunnen delen in een beperkte tijd. Ook erg nodig maar een andere sfeer.

Met RespijtHuis HouseMartin hopen wij ook een soort ‘Herberg’ te openen ‘voor mensen moe en mat / die niet meer kunnen lopen / gevallen op hun pad/  zoals zo treffend verwoord in het ‘herberg’ lied. We zullen aan een mengvorm werken, efficiency zoals bij de soepbus samen met de warmte van het Straatpastoraat. Zodra we een geschikt pand vinden, maakt HouseMartin de eerste van de zes bedden op. In die bedden kunnen zieke daklozen tijdelijk verblijven om te herstellen van griep, revalideren of om even op krachten te komen.

Wie, o wie, weet waar wij een dergelijk pand kunnen vinden?

Lees hier het prachtige gedicht van ‘Herberg van het Licht’.

 

Herberg Meer lezen »

Goed volgen…

... goed volgen...

‘Goedemorgen…’ Vandaag was een Moeilijke Dag,’ zei Pooh. Er was een pauze. ‘Wil je erover praten?’ vroeg Knorretje. ‘Nee,’ zie Pooh na een tijdje. ‘Nee, ik denk niet dat ik dat wil.’ ‘Dat is oké,’ zei Knorretje, en hij ging naast zijn vriend zitten. ‘Wat doe je nu?,’ vroeg Pooh. ‘Niets eigenlijk,’ zei Knorretje. ‘Maar ik weet wat Moeilijke Dagen zijn. En ik wil daar meestal ook niet over praten, op zo’n Moeilijke Dag. ‘Maar weet je,’ vervolgde Knorretje, ‘Moeilijke Dagen zijn zoveel makkelijker wanneer je weet dat er iemand voor je is. En ik zal er altijd zijn voor jou, Pooh’. En Pooh zat daar zomaar wat te zitten, zijn heel Moeilijke Dag door zijn hoofd te malen, terwijl stevige, betrouwbare Knorretje zwijgend naast hem zat, te bengelen met zijn korte beentjes…. En Pooh bedacht dat zijn beste vriend overschot van gelijk had.
A.A. Milne:
fragment uit Winnie de Pooh

Zodra iemand mij deelgenoot maakt van een probleem beginnen mijn hersenen op volle toeren te draaien. In mijn hoofd passeren alle mogelijkheden om te helpen de revue. Al meerdere malen is mij verteld dat het niet de bedoeling is om te helpen door problemen op te lossen. Sterker nog, niemand verwacht dat – ook de persoon niet met het probleem. Het enige wat ik moet  doen, is aandachtig luisteren. Moeilijk vind ik dat! Totdat ik bovenstaande tekst uit “Winnie de Pooh” tegenkwam. Zo duidelijk wordt daar verwoord hoe weinig je eigenlijk moet doen (en toch zoveel!), om te helpen.

De laatste keer bij het Straatpastoraat zat ik vol verwachting – ik had mij voorgenomen om Knorretjes voorbeeld te volgen – maar ook toch weer wat gespannen naast een bezoeker. Samen zaten we in de kerkbanken in de kapel tijdens de wekelijkse dienst. Ik had de persoon nog nooit ontmoet dus ik stelde mijzelf voor. Hij bleek een verrassende Bijbelse naam te hebben. Eerst zaten we zwijgend naast elkaar te luisteren naar de pastor. Tot mijn grote verbazing ebde de spanning uit mij weg. Immers ik had geleerd dat er niet meer van mij verwacht werd dan ‘aanwezig’ te zijn. Net zoals Knorretje in het Winnie de Pooh verhaal. Het was een ware openbaring om te voelen dat het echt ruimte en lucht geeft om niet perse iets te hoeven.

Tijdens de dienst is er altijd een moment waarop een praatje gemaakt kan worden. De originele naam van mijn buurman bleek een goede aanleiding voor verder contact. Ik vertelde hem hoe mooi en sterk ik die naam vind. Door zijn naam en wat die voor hem in zijn leven betekent, raakten we in een geanimeerd gesprek. Hij had weinig woorden nodig om zijn huidige levensverhaal te schetsen. Aangrijpend.

Op een gegeven moment vroeg hij mij waarom ik daar met hem en de anderen in de kapel aanwezig was. Mijn oprechte reactie daarop was dat ik niet wens weg te kijken van mensen die het moeilijk hebben. Dat leverde een spontane ‘high five’ op. Een mooi moment was dat. Ik werd er helemaal blij van. Ook hij glom.

Ook in RespijtHuis gaan wij Knorretjes’ theorie in praktijk brengen. We zullen niet de problemen van de bezoekers gaan oplossen, dat kan niet en dat hoeft ook niet. Maar we zullen er zijn om te luisteren en aandacht te geven. Zodra we een pand vinden, starten we ermee.

Goed volgen… Meer lezen »